Van controledwang naar vertrouwen

De zorgwereld is soms een achtbaan. We gaan van het ene uiterste in het andere. Het is amper twee weken geleden dat we in Huize den Oostenborgh werden geconfronteerd met een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ): we staan als zorgorganisatie het komende half jaar onder ‘verscherpt toezicht’. Het ging met name om het systeem, het toepassen van de veldnormen en de vereiste wet- en regelgeving.

Vanzelfsprekend houden wij ons daaraan maar wij werken hierbij meer vanuit de geest dan volgens de letter van de voorgeschreven regels. Gelukkig had het standpunt van IGJ niets te maken met de kwaliteit van de persoonsgerichte zorg, begeleiding en service. Evenmin waren de conclusies van de IGJ van toepassing op de mate van professionaliteit en toewijding van onze medewerkers.

Hoog tijd dat zorgprofessionals stoppen met ongebreideld vinkjes zetten om de inspectie, verzekeraars en de werkgever tevreden te houden.

Natuurlijk zijn we niet blij met het rapport van de Inspectie. Ook gezien de publiciteit die erop volgde. We zijn het immers niet eens met de intentie: want die gaat volledig voorbij aan de goede zorg voor onze bewoner, om wie immers alles draait! We waren al begonnen met een verbetertraject en dat zullen we ook blijven volgen. Maar vandaag werden we positief verrast met een artikel in Tubantia waarin de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) met een baanbrekend advies komt aan het kabinet. En wat is de belangrijkste conclusie? Dat iedere zorgverlener zelf moet weten hoe verantwoording wordt afgelegd voor goede gezondheidszorg. ‘Het is’, zegt de RVS onverbloemd, ‘hoog tijd dat zorgprofessionals stoppen met ongebreideld vinkjes zetten om de inspectie, verzekeraars en de werkgever tevreden te houden’.

Het gaat om liefdevol zorg verlenen vanuit het hart

Deze woorden klinken mij als directeur met ruim 35 jaar ervaring in de particuliere gezondheidszorg als muziek in de oren. Eén ding heb ik in al die jaren geleerd: het gaat om liefdevol zorg verlenen vanuit het hart. Regelgeving is daarbij een hulpmiddel maar de laatste jaren werd dat meer het doel. Dat is de wereld op zijn kop. Daarom ben ik ook aangenaam verrast met het advies: Blijk van Vertrouwen. De RVS constateert dat zorgprofessionals steeds slechter te spreken zijn over de manier waarop zij zich bij van alles en nog wat moeten verantwoorden. Patiënten en cliënten merken echter bepaald niet dat de zorg er beter van wordt, integendeel. De RVS constateert dat de controledwang voortkomt uit een doorgeschoten angst voor misstanden. Volgens de raad moet het verantwoorden van zorg daarom fundamenteel anders. Zet de zorgverlener centraal die verantwoording aflegt, is de boodschap. ‘De zorgverlener moet, ook vanuit een gevoel van beroepseer, zelf de taak oppakken om de zorg te verbeteren.’

Geef vertrouwen aan de zorgprofessional

RVS-voorzitter Pauline Meurs stelt het klip en klaar: ‘Er moet een einde komen aan het wantrouwen tussen partijen in de zorg. Ervoor in de plaats moeten we het vertrouwen geven aan de zorgprofessional.’ Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid neemt het advies van de RVS ter harte. Ook hij is duidelijk: ‘We moeten de zorg ontdoen van overbodige bureaucratie. We moeten naar een heel andere manier van denken: van controle naar vertrouwen.’ Het zal duidelijk zijn dat ik het hiermee hartgrondig eens ben. Met het advies van de RVS en de positionering van de verantwoordelijke minister als basis, die ons een steuntje in de rug geeft, heb ik er alle vertrouwen in dat we met de zorg de juiste weg in slaan. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Bert Kolfoort
directeur Welstee, Huize den Oostenborgh